Canberra from Black Mountain

Hoezo Canberra Saai?

(column in Going Down Under, lentenummer 2012; foto Ad Borsboom: bushcapital of Australia)

*

You  must be joking!

We gingen lekker uit eten in Surry Hills, een trendy wijk in Sydney. De chef die ons bediende was een innemende en vriendelijk gastheer. Hij complimenteerde ons – zo doen ze dat in trendy restaurants -  met de keuze van het menu.

‘Excellent choise, Sir.‘

Ik liet het compliment gelaten over me heen komen. Eerlijk gezegd ik had ook maar gegokt met de  keuze van Seared Hirimasa Kingfish met Rocket, Balsamic, Reggian. Het klonk in elk geval duur genoeg en we hadden wat te vieren, dus vooruit maar.

Tijdens het keurig uitserveren vroeg hij waar we vandaan kwamen. Ik antwoordde dat we in Nederland woonden maar tegenwoordig zo’n twee maanden per jaar in Canberra verbleven. Waarop hij op een typisch Sydney manier  reageerde met ‘poor guys – how d’ya cope there?’

‘Prima’, zei ik, ‘we zijn erg van Canberra gaan houden en verheugen ons elk jaar er weer terug te komen.’

Dat was het moment dat hij even het decorum liet vallen en datgene uitriep waar ik mijn verhaal mee begon: You must be joking!

Verbouwereerd keerde hij terug  naar de keuken. Ik weet zeker dat hij daar iets zou zeggen in de trant van ‘wat er nu toch zit - een stel maffe Hollanders die Canberra leuk vinden.’

Ik gebruik deze wat lange inleiding als typisch voorbeeld van wat stedelingen elders in Australië van hun hoofdstad vinden. Saai, leeg, geen centrum, geen pubs, geen fatsoenlijke restaurants, etcetera etcetera. Zelfs de voormalige premier van New South Wales, Morris Iemma, noemde Canberra nog pas in 2006 ‘steriel’ en ‘zes suburbs op zoek naar een stad.’

Ook voor cabaretiers is Canberra een dankbaar onderwerp. Ik zag rond diezelfde tijd een show van de Engelse komiek Lenny Henry in het State Theatre in Down Town Sydney. Om het publiek te paaien opende hij met een reeks grappen over Canberra, in de trant van “Je kunt er midden in die stad met stenen gooien zonder iemand te raken.’ Dit soort belegen ongein dus. Maar bij het publiek  ging het erin als koek (rest van de show was wel leuk).

Toegegeven, ik heb Canberra ook een tijdje in het begin van de jaren zeventig meegemaakt. De stad voldeed toen inderdaad aan de hier opgelepelde stereotiepen. Het toppunt van frivoliteit was een draaimolen in een volstrekt doods winkelcentrum.  De buitenwijken leken uitgestorven totdat je uit het geluid van een eenzame grasmaaier mocht afleiden dat er tenminste één huis bewoond was. Als bezoeker kon je ‘s avonds weinig anders dan vertier zoeken aan de bijna lege bar van je hotel. En die ging rond tien uur dicht. Eenzamer kon het nauwelijks

Maar dat is echt verleden tijd. Om te beginnen biedt Canberra inmiddels een levendig en gezellig uitgaansleven. Vooral het centrum en de wijken rond het prachtige Lake Burley Griffin  hebben een grote inhaalslag gemaakt. Zowat alle keukens van de wereld zijn vertegenwoordigd in tal van knusse tot chique restaurants en cafés. De vele variaties koffie zijn van grote klasse, evenals het aanbod aan wijnen; niet zelden uit de omgeving van Canberra zelf.

De cultuurliefhebber kan zijn hart ophalen in de National Gallery, de National Library, het gigantische National Museum of Australia, het War Memorial en nog een reeks van andere culturele instellingen.

Wie sportief is vindt al snel prachtige fietsroutes op beschermde paden, kan roeien op het meer, zwemmen in de Olympic Pool of bezoekt het Australian Institute of Sport waar alle Australische kampioenen gekweekt worden.

En dan die natuur! Zowel binnen het uitgestrekte Canberra als daarbuiten zijn prachtige nationale parken te vinden waar de bijna complete Australische flora en fauna zich aan de geduldige bezoeker ontvouwt.

In 2013 zal de stad groots haar 100 jarig bestaan vieren, en terecht. Van een kunstmatig aangelegd dorp is Canberra uitgegroeid tot de niet te missen levendige, open, schone, boeiende en gastvrije hoofdstad van Australië.

Zo, ik ben mijn ei kwijt. Dat stereotiepe beeld van Canberra - vooral gecultiveerd door stedelingen die, zoals de chef uit mijn verhaal, ook nog bekennen dat ze er nog nooit  geweest zijn - moest maar eens de wereld uit.

En tegen iedereen die serieus denkt dat ik gesponsord wordt door het Canberra Visitors Centre of Tourism Australia kan ik alleen maar zeggen: You must be joking!

 

‘O Moeder wat is het heet’: misvatting over Australische Kerst

(column in Going Down Under, winternummer 2011/2012. Foto: Ad Borsboom)

Kerstmis in Australië. Als ik bij een kerstdiner wel eens verzucht dat ik daar dierbare herinneringen aan, kijken mijn disgenoten me vol ongeloof aan.

‘In die hitte?’. ‘Kerstmis op het strand?’. ‘Bij de BBQ?’.

‘Dat is toch helemaal geen kerstgevoel, dat kun je niet menen.’

Dat meen ik dus wel!

‘Leg uit’, roept er altijd wel iemand.

Nou,  dat hoeven ze geen twee keer te vragen.

Om de aandacht meteen te pakken vertel over kerstmis in Arnhem Land in 1980 met onze dochters van zes en vier jaar.  Kinderen hebben nu eenmaal een streepje voor in kerstverhalen. Zeker als ze een jaar lang op zo’n afgelegen plek moeten leven omdat pa zonodig een vervolgonderzoek in Aboriginal Australië wil doen.

Die afgelegen plek was Maningrida, toen een kleine nederzetting aan de kust waar naast zo’n 200 Aborigines ook een vijftigtal blanken woonden. De meeste van hen waren ruim voor de kerst naar het zuiden vertrokken. De Aborigines hadden niet veel met het idee kerstmis hielden zich bezig met hun eigen zaken. De anders zo hectische nederzetting lag er nu rustig en vredig bij, op de soms heftige bliksem en donder na. Het regenseizoen was net begonnen.

We waren sinds april in Australië, maar Elfrida als moeder-met-vooruitziende-blik had toen al aan kerstmis gedacht. Uit een van de koffers verschenen een tafellaken met kerstmotieven en een uitklapbaar kribbetje van karton, compleet met heilige familie,  engel, os en ezel. 

De boom moesten we voor het eerst, en waarschijnlijk ook voor het laatst in ons leven, zelf kappen. Er zijn weliswaar geen dennenbomen te vinden in Arnhem Land, maar een jonge groene eucalyptusboom voldoet prima. Vergezeld van mijn dochters reed ik een eind het bos in en vond na inspraak van bijzonder kieskeurige kinderen een geschikt exemplaar.

Nadat ik mijn mannelijk aandeel had geleverd – dat is tenslotte het kappen van een boom – was het de beurt aan de vrouwen. Moeder en dochters gingen geconcentreerd aan de slag met de kerstversiering. Ze maakten zelf kerstballen van zilverpapier en hingen de boom verder vol met uitgeknipte afbeeldingen van typisch Australische knuffeldieren uit de kinderliteratuur, zoals koala’s, kangoeroes, wombats, kookaburras en opossums.

Alles was nu gereed voor een bijzondere kerstavond. Met cadeautjes die we uit een catalogus van David Jones besteld hadden. Met lekkere hapjes die Elfrida uit de schaarse voorraad te voorschijn wist te toveren. En met kerstliedjes op een cassettebandje, want radio en tv waren er nog niet in Arnhem Land.

Later die avond liepen we naar buiten om een ongekend schouwspel aan de nachtelijke hemel te aanschouwen. Het was een maanloze nacht en de talloze sterren van het zuidelijk halfrond schitterden zo helder dat ze heel dicht bij leken. We staarden liggend in het gras wel een half uur lang naar dit hemelse lichtspel. Toen op dat moment ook nog het Stille Nacht uit de cassetterecorder klonk  liepen de koude rillingen over mijn rug. We leken wel een te zijn geworden met wat  Aborigines de Dreamtime noemen.

Als toegift sloot ik mijn verslag van die bijzondere kerst af  met de slotregels van het gedicht Bush Nativity:

The Stars of the Southern Cross pointed the Way

To the Babe who was born on that first Cristmas Day.

Helaas, vergeefse moeite. Gepikeerd stelde ik vast dat mijn publiek inmiddels was afgehaakt. De een lag te knikkebollen, een ander zapte langs enkele tv zenders op zoek naar een film en een derde stak afwezig nog maar een kerstkransje in zijn mond. De enige die me aankeek leek te denken: ik ga toch niet een half uur lang luisteren naar een sentimenteel kerstverhaal van een gepensioneerde professor.

Nou dan niet.

Maar dan vertel ik ook niet over nog een andere kerstmis op het strand van Bondi Beach met Santa in korte broek en op slippers, of over die indrukwekkende intocht van de Kerstman in Sydney,  of over X-mas in juli in de Blue Mountains omdat het daar dan hartje winter is. Zoek het dan ook zelf maar uit, was mijn niet zo sympathieke kerstgedachte.

Maar U, geachte lezer die het tot hiertoe wel heeft volgehouden, wens ik in elk geval een bijzonder Merry Christmas, al of niet Down Under.

  Vaarwel bungalowtent, welkom muskietennet

Hebben Aborigines Humor?

(column in Going Down Under, herfstnummer 2011. Foto: Ad Borsboom)

Deze vraag zou niet in me opkomen als ze me niet verschillende keren gesteld was. 

Toen ik bijvoorbeeld in een filmhuis de Aboriginal film Ten Canoes van commentaar voorzag volgde na afloop een geanimeerde discussie met het publiek.  Aanleiding was een scene in het begin van de film. Aboriginal mannen liepen, zoals traditioneel gebruikelijk, in een rij achter elkaar door het struikgewas. Dan roept de achterste man nogal geïrriteerd dat hij niet meer de laatste in de rij wil zijn. Op de vraag: waarom niet, antwoordt hij dat hij het zat is voortdurend de scheten van zijn voorgangers te moeten inhaleren.  Grote hilariteit in de film en in de zaal. Ik geef toe, niet het fijnezinnigste voorbeeld van Aboriginal humor, maar, ach, mannen onder elkaar – we weten hoe dat gaat.

Naast deze wat boertige humor ben ik getuige geweest van een groot scala aan humoristische voorvallen, commentaren, satires en persiflages. Wat dat laatste betreft herinner ik me een scene uit een plechtig ritueel, waarbij een gezette danser optrad als clown. Vanwege zijn omvang waren zijn danspassen tot groot vermaak van de aanwezigen klunzig en onbeholpen. Het bleek een welkome afwisseling van de anders zo plechtige sfeer van het ritueel.

Een ander type humor is ‘Schadenfreude’ zoals de Duitsers dat zo treffend noemen; lachen om een ander die zich vanwege zijn potsierlijke gedrag belachelijk maakt. Ik moet bekennen dat ik die pijnlijke situatie zelf ervaren heb. Tijdens een langdurig verblijf bij Aborigines diep in Arnhem Land beschikte ik als onderdeel van mijn uitrusting over een grote bungalow tent. Ik wilde af en toe wat privacy en moest 's avonds ook mijn aantekeningen van die dag in alle rust  kunnen ordenen. De Aboriginal families sliepen rond smeulende vuurtjes in de open lucht of onder muskietennetten. Daarom, moet ik achteraf concluderen, was mijn opzichtige tent op zijn zachts gezegd nogal een opvallende en dominerende verschijning in ons kampement.

Op een dag trof ik bij terugkeer in het kamp een lege plek aan waar eens mijn tent had gestaan. Mijn ontreddering moet  groot zijn geweest want ik hoorde mensen om me heen ingehouden proesten om even later in lachen uit te barsten. Ze wezen omhoog waar ik in de toppen van de bomen tussen de schreeuwende kaketoes, stukjes tent zag wapperen. Een rukwind had de tent daar doen belanden.

Vanaf toen lag ik 's nachts net als iedereen gewoon onder een muskietennet rond kampvuurtjes. Tot op de dag van vandaag word ik bij terugkeer fijntjes herinnert aan dat voorval en blijkt ook de volgende generatie Aborigines er nog veel lol aan te beleven.

Een bijzonder effectieve vorm van humor waar Aborigines zich van bedienen is de parodie. De film Babakiueria is daar een fraai voorbeeld van. Deze film verscheen kort voordat Australië in 1988 op grootste wijze haar 200 jarig bestaan zou gaan vieren. Maar voor veel Aborigines waren de afgelopen twee eeuwen nauwelijks feestelijk te noemen.

Babakiueria draait de rollen om. Wij Europeanen zijn nu de oorspronkelijke bewoners van Australië en we worden in 1772 ontdekt door Aboriginal zeevaarders. Gekleed in uniformen uit die tijd gaan ze in Botany Bay aan land. Daar treffen ze blanke families bij een barbecue.

‘Hoe heet deze plaats’, vraagt de Aboriginal Captain aan de verbijsterde blanken.

“Barbecue Area’, antwoorden deze schuchter.

‘Ze noemen dit land Babakiueria’ roept hij zijn bemanning toe – waarmee hij ons Europeanen imiteert die voortdurend inheemse namen verbasterd hebben. Na deze openingsscène volgt de ene satirische omkering na de andere. Blanken vertrekken voor hun eigen bestwil naar reservaten, kinderen worden bij ouders weggehaald en een Aboriginal minister klaagt dat die primitieve blanken ondanks alle hulp niet vooruit te branden zijn. Ook mijn beroepsgroep wordt niet gespaard: in de film leidt een Aboriginal vrouw, duidelijk als antropoloog, ons door het verhaal en verbaast zich over de vele exotische gebruiken die ze tegen komt.

De film is in drie delen op Youtube te bewonderen.

Als hilarische uitsmijter sluit ik af met  de Chooky Dancers (zie ook Youtube). Dat zijn  Aboriginal tieners uit mijn onderzoeksgebied die geweldig scoren met een even ongelooflijke als originele persiflage: ze dansen op traditionele wijze de sirtaki op de muziek van Zorba De Griek. Kijk en geniet.

  Iconen Australie: Opera House en Harbour Bridge

Bottlemoney,tea en nog wat misverstanden

(column in Going Down Under, zomernummer 2011)

tekst en foto Ad Borsboom

In 1972 vertrokken wij, Elfrida en ik, als jong stel voor drie jaar naar Australië. Ik ging als antropoloog onderzoek verrichten bij Aboriginal communities in Arnhem Land. Met een training van enkele jaren achter de rug had ik me goed voorbereid op de grote cultuurverschillen waar ik mee te maken zou krijgen.Dat het andere Australië ook zijn eigen regels en etiketten kende vermoedde ik wel, maar daar tilde ik niet zo zwaar aan. Australië was immers net als Nederland een westers land en als getrainde antropoloog zou ik die paar verschillen wel snel onder de knie hebben. Niet dus. 

Het begon al in Sydney waar we eerst maanden gingen wonen. We wilden na aankomst een biertje drinken in het Annandale Hotel, een pub tegenover ons appartement. Nietsvermoedend liepen we de rumoerige bar binnen, waar tot mijn verbazing het geroezemoes meteen verstomde. Snel kwam een man naar me toe en liet weten dat het absoluut niet de bedoeling was met mijn ‘missus’ te verschijnen. ‘Only for men’ zei hij. Bang dat Elfrida het zou horen, fluisterde hij me nog toe: ‘too much swearing here, mate’. Hij verwees ons naar een afgesloten ruimte elders in pub waar vrouwen wel mochten drinken. Verbouwereerd liepen we daar naartoe. Maar nu bleek niet Elfrida maar ik het probleem. Dodelijke blikken van rokende dames lieten niets te raden over. Hier was ik niet gewenst.Beduusd dropen we af en besloten thuis maar een biertje te drinken.

Later wilde ik lege flessen in de bottleshop van de pub inleveren voor statiegeld. De vrouw achter de toonbank - een van de dames die me eerder de pub uit had gekeken - reageerde opnieuw geirriteerd. Zij wist niet dat er zoiets als statiegeld bestond, en ik wist niet dat het niet bestond.‘Bottle money’ stamelde ik nog hulpeloos, zoekend naar het juiste Engelse woord. Het is nooit meer goed gekomen tussen mij en de dame van de pub.

Twee maanden later kwamen we aan in Maningrida, de nederzetting in Arnhem Land waar mijn onderzoek zou beginnen. Al snel nodigde een Australisch echtpaar ons uit voor tea. Wat aardig. Maar we verbaasden ons over het tijdstip. Zes uur. Normaal toch de tijd van avondeten. Omdat we niet de hele avond met een lege maag wilden zitten besloten we,tegen onze gewoonte in, al om vijf uur stevig warm te eten. Wat bleek even later? Tea is een Australiërs de term voor avondeten. Help.

Heather, de gastvrouw, had flink uitgepakt: stevige soep met brood, een groot stuk roast met pumpkin, zoete aardappelen en appeltaart met ijs en slagroom na. Wij durfden niet te zeggen dat we al vol zaten en hebben dapper onze rijk gevulde borden leeg gegeten. Die nacht wilde de slaap maar niet komen. Twee overvolle buiken en een temperatuur als in een sauna (regentijd), hielden ons tot het ochtendgloren klaarwakker.

Tegenwoordig geef ik soms cursus aan Nederlandse werknemers die tijdelijk naar Australië gaan. Ik noem dan graag bovenstaande voorbeelden om te benadrukken dat verschillen wel degelijk bestaan. Wellicht niet meer dezelfde als veertig jaar geleden: gelukkig kun je nu overal met je vrouw de pub in, het woord tea voor de hoofdmaaltijd komt minder voor en dat bottlemoney niet klopt wist ik eigenlijk al toen ik het woord uitsprak.

Verschillen zijn er echter nog steeds; meestal verborgen en daardoor juist aanleiding voor wederzijds onbegrip en zelfs irritatie. Hoe meer een samenleving op de onze lijkt, hoe verraderlijker ze kunnen zijn. Erger nog dan fouten maken is echter de angst om fouten te maken. Daarom geef ik cursisten een welgemeende advies mee: gedraag je niet krampachtig, fouten blijven onvermijdelijk, blijf ook jezelf. Maar: noem die andere mores niet meteen raar omdat wij Nederlanders het anders doen.

Verdraaid, nu sluit ik toch af met dat opgeheven vingertje. Typisch Hollands. Kijk, dat zouden Australiërs niet snel doen.

 

Denkend aan Australië zie ik….

(dit is mijn eerste column in het tijdschrift Going Down Under; winter 2011; foto Ad Borsboom)

Denkend aan Holland zag onze beroemde dichter Marsman grote rivieren die traag door het lage land stroomden. Daarmee typeerde hij Holland in zijn tijd ten voeten uit. 

Is het ook mogelijk Australië neer te zetten in een paar kernzinnen? Dat leek me een mooie uitdaging toen ik een serie colleges over dit continent voorbereidde. Natuurlijk ben ik geen dichter als Marsman, maar een paar rake typeringen leken niet zo moeilijk.

Eerst dacht ik: laat ik het land typeren aan de hand van weidsheid en leegte. Vanuit Nederland halen we oneindige lege ruimtes voor de geest. Maar, realiseerde ik me al gauw, het tegenovergestelde is ook waar. Australië is een van de meest urbane landen ter wereld: zo’n 85% van de 20 miljoen Australiërs woont in dichtbevolkte steden. 

Als ik de uitgestrektheid niet kan gebruiken als kernachtige typering, zou het dan lukken met het soort landschap? Denkend aan Australië zie uitgestrekte woestijnen met hier en daar grillige, verweerde rotsformaties, waar de rode aarde en de staalblauwe lucht elkaar aan die eindeloze horizon ontmoeten. Maar ook dit beeld is weer eenzijdig: langs de oost en zuidoostkust zien we brede stroken vruchtbare hellingen, in noord Queensland de regenwouden en in het tropische noorden de uitgestrekte eucalyptusbossen. De vlakke woestijngebieden vinden elders hun tegenhanger in berggebieden zoals de Australische Alpen, de Blue Mountains, het Tasmaanse bergland en het grillige Escarpment van Arnhem Land en de Kimberley's.

Zou je Australië dan  - ik geef nog niet op - pakkend kunnen typeren aan de hand van klimaten? We denkend aan zon, zon en nog eens zon – zowel genadeloos in het binnenland, als weldadig langs de kusten. Alweer: dit beeld klopt helemaal. Maar, het wordt eentonig, het tegenovergestelde ook. De moessonregens in het tropische noorden, de sneeuw in de Australische Alpen, de ijskoude poolwinden die Tasmanie soms teisteren maken even goed deel uit van de klimaten in dit onmetelijke continent.

Nog een laatste poging, de bevolking. Ik vraag nu maar hulp aan mijn toehoorders in de collegezaal. Wat is voor jullie de typische Australiër? Als snel wedijveren het  macho-easy going-Crocodile Dundee-type met de gebruinde surfers en Rip Curl genieters van het strandleven.  Prima, maar wat te denken van die ruim 7 miljoen Australiërs met hun roots in Zuid Europa, Afrika, Midden Oosten Azië etc. etc.? En last but not least de bijna 500.000 Australiërs van Aboriginal afkomst? Bezoek een willekeurige markt en je ziet ze, Australiërs in alle mogelijke variëteiten.

Ik geef mijn poging op, er komt geen eind aan de tegenstellingen. Het grootste eiland, het kleinste continent; het jongste westerse land dat tegelijkertijd de oudste beschaving ter wereld herbergt, de modernste steden naast een landschap zo oud dat je de prehistorie bijna zelf ervaart. 

Zelfs al was ik dichter, ik zou het land niet in enkele regels kunnen neerzetten. Elke observatie klopt, maar de tegenovergestelde waarneming evenzeer. Iedereen heeft daarom recht op zijn eigen Australië. Ik dus ook – en daar ga ik in mijn columns mee aan de slag.

 

Veertig jaar Aboriginal Occupy beweging: de Tent Embassy

(17-01-2012; foto Ad Borsboom))

Australië, 26 januari 1972. Het land viert haar nationale feestdag en herdenkt dat op die dag in 1788 de aankomst van de Eerste Vloot het begin markeerde van het moderne Australië. Maar Aborigines zien die dag als het begin van het einde van vele inheemse culturen. Een dag van rouw in plaats van feest.

Op het grasveld voor het toenmalige parlementsgebouw in Canberra zetten Aboriginal activisten een tent neer. Ze noemen dit hun eigen ambassade. Dit vanuit de gedachte dat elk volk ter wereld een officiële vertegenwoordiging heeft, maar Aborigines niet. Hun rechten worden door niemand behartigd: geen landrechten of compensatie voor verloren land, geen erkenning van een eigen identiteit, maar wel discriminatie en achterstand op al terreinen van het maatschappelijke leven.

Vanaf het begin is deze actie een succes. De Tent Embassy trekt al heel snel de aandacht van de landelijke en internationale media. Hoe kan het ook anders: de tent staat op een bijzonder strategische plek. Dagelijks moeten daar politici, verslaggevers en internationale gasten en diplomaten langs.

Geen wonder dat de conservatieve regering (al 23 jaar aan het bewind) onder leiding van de zwakke McMahon van alles probeert de tent te lozen. Eerst tevergeefs met legale middelen, om er vervolgens  driehonderd man federale politie op af te sturen. De gewelddadige confrontatie die volgt blijkt echter positief voor de zaak van de Aborigines uit te pakken. Het hele media circus is aanwezig en verslaat het hardhandig optreden rond de tent en vestigt in een adem de aandacht op de Aboriginal grieven.

De Embassy werkt vanaf dat moment als een magneet. Niet alleen op Aborigines die van heinde en verre toestromen, maar ook op sympathisanten uit de Australische bevolking. Een Occupy beweging is - lang voordat het woord uitgevonden is – begonnen daar op het grasveld voor het parlementsgebouw.

In datzelfde jaar wint Labor de verkiezingen met een programma dat de tijdsgeest beter aanvoelt. Ook in Australië levert de Vietnamoorlog permanent protesten op, strijden vrouwen voor gelijke rechten en verovert een nieuwe generatie met lange haren en popmuziek het publieke domein. In die golf van vernieuwing sneuvelt de White Australia Policy en vinden de Aborigines in hun Tent Embassy gehoor bij de nieuwe regering. Die belooft  landrechten toe te kennen en achterstand en discriminatie aan te pakken.

De Embassy blijft in diverse gedaantes bestaan als ‘rallying point’ voor Aboriginal grieven. In 1995 krijgt de Embassy  officiële erkenning als een plek van historische betekenis voor het land.   

Op 26 januari 2012 zullen tal van Aborigines en sympathisanten het grasveld voor het (inmiddels oude-) parlementhuis bezoeken om het 40 jarig bestaan van de Aboriginal Tent Embassy te herdenken. Hoewel er op het terrein van landrechten veel bereikt is en de federale overheid zich al verontschuldigd heeft voor misstanden uit het verleden, blijft er nog genoeg over om voor te vechten. Vooral de sociale achterstand op terreinen als gezondheid, opleiding, werk en huisvesting blijft de achilleshiel van het hedendaagse moderne Australië.

De Tent Embassy zal daarom ook na 26 januari van dit jaar gewoon haar rol blijven spelen in de hedendaagse Aboriginal emancipatiebeweging.

 

Van krakende kortegolf radio tot sociale media: mixed blessing voor afgelegen Aboriginal communities

(01-01-2012)

Toen ik in 1972 voor het eerst naar Maningrida aan de noordkust van Australië vertrok om onderzoek te doen naar Aboriginal rituelen, was het enige communicatiemiddel met de buitenwereld een krakende korte golf radioverbinding met de stad Darwin - zo’n 500 km verderop met weinig anders dan ongerept bush landschap tussen ons en die stad. Die verbinding was alleen bedoeld voor het bestuur van de nederzetting en de ziekenhuis kliniek. Zeker niet voor particulieren zoals wij; die  moesten het doen met luchtpost die drie keer per week binnenkwam of vertrok.

Bij mijn terugkeer in 1980 was de situatie niet veel anders, maar toen ik in 1988 op het inmiddels verharde vliegveld van de nederzetting landde zag ik rond de airstrip een aantal grote schotels staan. Dat luidde het begin van een nieuw tijdperk in.

Eerst verscheen televisie en spoedig daarna telefoonverbindingen met de rest van de wereld. Ook computers deden hun intrede en in de jaren negentig was er geen kantoor of schoolklas meer zonder. ‘Heb jij nog geen Windows 98’ vroeg een Aboriginal jongeman me verbaasd toen ik nog klunzig met achterhaalde programma’s zat te klungelen.

Vervolgens verschenen naast telefooncellen op zonne-energie midden in de bush ook de niet meer weg te denken mobiele telefoon.

En nu hebben de sociale media hun intrede gedaan.

Het sociale netwerk Divas Chat – te vergelijken met Facebook – is razend populair bij Aboriginal jongeren in dat afgelegen Arnhem Land. Naast leuke, lieve en functionele vormen van communicatie doet zich echter ook een levensgroot probleem voor. Het medium wordt gebruikt om oude rekeningen te verheffen, vetes aan te wakkeren en seksuele deals tussen pooiers-in-spe en jonge meisjes te beklinken.

Wat betreft het pesten en aanwakkeren van vetes: vijandige families tonen soms expres foto’s van overledenen – een groot taboe in Aboriginal Australië. Dat schreeuwt om wraak.

Dan een voorbeeld van seksueel misbruik (bron: ABC Darwin):

"One day I (Aboriginal blogger Kishan Kariippanon) bumped into this man from East Arnhem Land and we started chatting about mobile phones in remote communities and I decided to ask him what he thought of Diva Chat - his response was 'are you looking for girls? Because you could get girls'."

Zowel justitie als Aboriginal sociale werkers zijn op dit punt bezorgd. Aboriginal gemeenschappen vragen nu hulp om hun jongeren fatsoenlijk te leren omgaan met het nieuwe medium. Zeker nu al een jongeman zelfmoord gepleegd heeft als gevolg van de pesterijen op Divas Chat.

Een programma genaamd Digital Footprints moet gebruikers bewust maken  over de impact van het verkeerd gebruik van internet. Ook is een onderzoek naar Cyber Safety in inheemse communities gestart.

(foto: Aboriginal jongeren gebruiken mobiele telefoon voor journaslistieke doeleinden; http://www.indigenous.gov.au/stories/ntmojos_site/)

 

Traditionele Aboriginal kunst

De oorspronkelijke bewoners van Australië, de Aborigines, wonen al zo'n 60-70.000 duizend jaar op dat continent. In die periode heeft zich een unieke creatieve cultuur ontwikkeld van mensen die leefden van de jacht, visvangst en het verzamelen van plantaardig voedsel. Op die manier hebben ze zich grote kennis over de natuur, het land en de seizoenen eigen gemaakt. Het is begrijpelijk dat ook in hun religie die natuur een grote rol speelt. Het ontstaan en de ordening van de wereld wordt toegeschreven aan gebeurtenissen uit een sacrale, heilige tijd, de Dreamtime. De mythologische wezens hebben toen de aarde, de natuur en uiteindelijk de menselijke samenlevingen hun huidige vorm gegeven.

Deze mythologisch wezens hebben vaak de uiterlijke kenmerken van allerlei dierensoorten of andere fenomenen uit de natuur, tot hemellichamen toe. Tegelijkertijd hebben deze figuren menselijke eigenschappen: ze zijn jaloers, verliefd, kwaad, plegen overspel, nemen wraak of hebben plezier. Tot slot beschikken ze over bovennatuurlijke gaven want ze laten wonderbaarlijke dingen gebeuren: door hun toedoen ontstaan rivieren, rotsen, vegetatie, kortom het land zoals we het nu kennen. Ook stelden ze regels op waar mensen zich aan moeten houden in hun dagelijks leven. Omdat ze kenmerken van dieren (of planten), van mensen en van bovennatuurlijke machten in zich verenigen, symboliseren ze de eenheid tussen natuur, mens en cosmos (het goddelijke).

De huidige mensen komen door hun religie weer in contact met deze wezens en met de oorspronkelijke eenheid die ze symboliseren. Religie vormt in de huidige tijd de basis van wat wij Aboriginal kunst noemen.

Nu is het woord kunst niet hetzelfde als bij ons, ik ken zelfs geen inheems Aboriginal woord dat kunst betekent. Wat wij Aboriginal kunst noemen zijn voor de mensen zelf verschillende vormen om uitdrukking te geven aan hun relatie met die mythologische wezens. Die vormen zijn:

1. mythologie/gezangen: poëzie en muziek;

2. dansen: choreografie;

3. sculpturen/sacrale voorwerpen;

4. tekeningen: op lichamen / op rotsen / op de grond / op barkpaintings.

Sommige van die vormen zijn in de huidige tijd wel kunst in onze zin van het woord geworden. Vooral schilderijen op boomschors behoren daartoe. De afbeeldingen hebben nog steeds betrekking op religieuze denkbeelden, maar de schilderijen worden vervaardigd voor een niet-Aboriginal publiek.

Ook is er de laatste decennia een indrukwekkende groei in creativiteit van Aborigines die in de steden wonen. De kunstvormen in die situatie variëren van schilderijen en literatuur tot theaterproducties en ballet.

Ad Borsboom

 

Met z’n 85 duizend rennend naar het strand

Vandaag renden 85.000 lopers van het centrum van Sydney naar Bondi Beach: de jaarlijkse City to Surf. Het is een van de drukst bezochte loopwedstrijden ter wereld.

Enkele jaren geleden had ik het genoegen mee te kunnen doen aan deze 14 kilometer lange tocht. Hoewel het in deze tijd van het jaar volop winter is in Sydney, was de temperatuur toen ruim 26 graden. Het deelnemersveld telde ‘slechts’ 59 duizend lopers.

Omdat ik als nieuweling nog geen eindtijd kon invullen op het inschrijfformulier kreeg ik een startplaats ergens in de achterhoede van dat enorme deelnemersveld toegewezen. Daar moest ik me als ervaren loper eerst door een groot aantal feestgangers worstelen: individuen in de meest exotische pakken, een stel dat elkaar in trouwkleding ten huwelijk vroeg tijdens het lopen, en een rij vrolijk giechelende meisjes die hand in hand de weg grotendeels versperden. Pas tegen het einde van Williams Street, enkele kilometers in de wedstrijd, had ik een plek in het parcours waar ik redelijk mijn eigen tempo kon lopen.

Het parcours is vrij heuvelachtig, met als hoogtepunt (of dieptepunt, al naar gelang je conditie) de beroemde Heartbreak Hill; een twee kilometer lange klim op ruim zes kilometer in de wedstrijd. Ondanks mijn ervaringen in de Nijmeegse Zevenheuvelenloop had ik er net als iedereen een flinke kluif aan. Illustratief is de reactie van de winnaar van vandaag: ‘Heartbreak Hill? Bloody Hell’ kreunde hij bij de finish tegen een journalist van de Sydney Morning Herald.

Maar eenmaal boven is de beloning groot. Adembenemde uitzichten over de Pacific en in het bijzonder over Bondi Beach. De zeewind en het geluid van de hoge brekende golven geven nieuwe energie om bergaf richting strand en finish te rennen. 

De winnaar vandaag liep de afstand in 41 minuten en 11 seconden. Mijn tijd toen was 1 uur en 20 minuten, maar daar had ik beslist een paar seconden vanaf kunnen halen als die giechelende rij meisjes en dat stel dat zo nodig moest trouwen me niet….

(foto: AP, The Australian)

 

Aboriginal kinderen hoogste percentage ernstige oorinfecties

Uit recent onderzoek blijkt dat Aboriginal kinderen het hoogste percentage oorinfecties ter wereld hebben met doofheid als gevolg. Deze middenoor infecties  (otitis media, oftewel OM)) veroorzaken ernstige beschadigingen van het trommelvlies.

Vooral in de afgelegen gebieden nemen dit soort infecties epidemische vormen aan. Zo komen er schokkende cijfers uit de Northern Territory waar uit onderzoek blijkt dat slechts 7% van de kinderen gezonde middenoren heeft. In de deelstaat West Australië tonen steekproeven aan dat 40 tot 70% van de kinderen aan een min of meer ernstige vorm van doofheid lijden als gevolg van infecties. In het algemeen hebben Aboriginal kinderen tien keer zoveel kans op OM gerelateerde doofheid dan hun niet-Aboriginal leeftijdgenootjes.

Enkele van de oorzaken: de kwaal wordt te laat onderkend en Aboriginal ouders weten vaak de weg naar medische hulp niet te vinden. Maar de voornaamste onderliggende redenen hebben te maken met de abominabele levensomstandigheden in een groeiend aantal Aboriginal gemeenschappen. Kinderen leven in overvolle huizen waar hygiëne en dieet ver onder de maat zijn en ze staan bloot aan de ernstige gevolgen van passief roken.

De gevolgen voor opleiding en arbeidsmarkt zijn desastreus. De schooluitval is extreem hoog en de kansen op fatsoenlijk werk vrijwel nihil. Sommige onderzoekers leggen ook een verband met het hoge percentage Aborigines in gevangenissen. ‘ Je hoort slecht, dus kom je haakt voortijdig af op school; je hangt met je maatjes op straat rond en de verveling slaat toe; je gaat van kleine naar grotere vergrijpen en uiteindelijk beland je in de gevangenis’, aldus een voormalig directeur van Aboriginal Health. Hoewel dat laatste niet onomstotelijk vaststaat is het wel opmerkelijk dat zo’n 45% van Aborigines in de gevangenis als vanaf hun kindertijd ernstige problemen met het gehoor heeft. Het lijkt er daarom sterk op dat een groot deel van de kinderen die aan deze kwalen lijden, later als adolescenten of volwassenen in de gevangenis belanden.

Aboriginal gezondheidsorganisaties  willen het probleem bij de wortel aanpakken: opsporen en behandelen van oorinfecties zodat de kinderen op school blijven en beter toegerust zijn voor de arbeidsmarkt. Dan is er ook hoop om het  veel te hoge percentage Aborigines in gevangenissen (25 keer hoger dan niet-Aborigines) tot normalere proporties terug te brengen.

(30-11-2010)

 

Referendum over erkenning Aborigines in voorbereiding

(08-11-2010; foto: Commissioner Mick Gooda)

Het is een hoopvolle dag voor Mick Gooda. Hij, een afstammeling van het Gangulu volk (Queensland), is een van de meest vooraanstaande Aborigines. In zijn huidige functie als Social Justice Commissioner pleitte hij afgelopen woensdag ten overstaan van de verzamelde pers in Canberra voor een referendum over de erkenning van Aborigines in de Australische grondwet.

Die discussie voerde hij en andere Aborigines al lange tijd. Het onderwerp was ook een van de discussiepunten tussen de Groenen en Labor tijdens de recente onderhandelingen over een nieuw regeerakkoord.

Nu is het dan zover. Julia Gillard kondigde vandaag aan dat ze, met steun van de voltallige oppositie ,een referendum voorbereidt over de vraag of Aborigines speciaal in de grondwet vermeld moeten worden.

 

Achtergrond

Pas sinds 1971 worden Aborigines voor het eerst meegeteld in een volkstelling. In een oudere versie van de Constitutie (sectie 127) stond zelfs expliciet dat Aborigines niet meegeteld mochten worden in een nationale census - terwijl schapen en vee wel geteld werden.

Tegen de achtergrond van bijna twee eeuwen uitsluiting is dit voor Aborigines meer dan alleen een symbolische daad. Mike Gooda wijst in een interview voor ABC TV er op dat een dergelijke paragraaf in de grondwet van geweldige betekenis is voor het sociale en emotionele welzijn van deze achtergestelde bevolkingsgroep. Hij spreekt over gevoelens van eigenwaarde, maar benadrukt ook dat dit de gehele Australische bevolking ten goede komt: ‘het gaat net zo goed over de rest van de bevolking als over ons’ .

Hij doelt op het feit dat alle Australiërs door zo’n referendum nog weer eens met de neus op de onacceptabele statistieken worden gedrukt. Die tonen onomstotelijk aan dat Aborigines op alle sociale indicatoren nog steeds stukken slechter scoren dan de rest van de bevolking. Ook geeft hij en anderen aan dat effectieve verbeteringen alleen maar zullen slagen als de symbolische en de praktische aspecten van die erkenning in de grondwet hand in hand gaan.

Gillard roept nu een panel in het leven om het referendum te gaan voorbereiden. Verwacht wordt dat het uiterlijk binnen drie jaar gehouden zal worden. Een degelijke voorbereiding over de juiste bewoordingen en concrete maatregelen zijn geen overbodige luxe omdat de meeste referenda het in Australië niet halen. Van de 44 referenda die sinds de oprichting van de Australische Federatie in 1901 werden gehouden, waren er maar acht succesvol.

Een recent opinieonderzoek laat zien dat 75% van de ondervraagden voor zo’n referendum is. Mick Gooda zal er alles aan doen om met inspanning van velen de 90% te halen. Dat was de uitslag in 1967 toen Aborigines in een referendum voor het eerst burgerrechten kregen.

  Australian Institute of Sport

Evans bewijst het weer: Australië en Sport, een Siamese tweeling

Het is bekend dat Australië een land is dat sport hoog in het vaandel heeft. Dat geldt voor de typische Engels-Ierse sporten zoals cricket, rugby, paardenraces en Australian Football - een merkwaardige combinatie van rugby,  voetbal en nog wat typisch Australische elementen. En uiteraard voor tennis, hockey  en zwemmen.

Maar opvallend is dat Australiërs internationaal ook goed scoren met sporten die in het land zelf lange tijd onbetekenend waren, zoals wielrennen, atletiek en voetbal.

Waar komen al die successen vandaan?

Natuurlijk, iedereen weet dat het land zeer sport-minded is en een winnaresmentaliteit heeft in elke tak van sport. Maar dat alleen is nog geen garantie voor succes. Het antwoord op deze vraag is te vinden in de hoofdstad Canberra. Daar, tussen de heuvels even buiten het centrum van de stad, ligt het inmiddels befaamde Australian Institute of Sport (AIS).

Dat instituut werd opgericht in 1981, na de zeer teleurstellende resultaten op de Olympische Spelen van Montreal in 1976 . Overheid en sportbonden staken toen de koppen bij elkaar en concludeerden dat het zo niet langer kon in dit van sport bezeten land. Gevolg: de oprichting van het Australian Institute of Sport met als doelstelling Australië in een breed scala van sporten weer op de wereldkaart te zetten.

Die opzet is een groot succes gebleken. Nu bijna dertig jaar later trainen jaarlijks 700 atleten verdeeld over 26 verschillende sporten op dit instituut of op een van haar dependances. Velen wonen er intern en volgen naast intensieve trainingen ook aangepast onderwijs.

Onlangs had ik het genoegen er een rondleiding te krijgen. Ik was onder de indruk van de voorzieningen voor elke tak van sport, met als kroonjuweel het splinternieuwe zwembad in aanbouw. Hier, zo verzekerde mijn gids me, zullen we na kanjers als Thorpie nog meer kampioenen kweken.

Het dagelijkse regime is er zonder aanzien des persoons streng en vergt het uiterste van de atleten. Een voorbeeld: mijn gids bracht me naar de grote gymzaal waar jonge turnsters meteen na school bezig waren met acrobatische rek- en strekoefeningen. Dit als voorbereiding op hun zeer intensieve namiddag programma. Ze waren ‘s morgens om zeven uur begonnen en trainden tot tien uur wanneer het tijd was om naar school te gaan. Ze hervatten hun middagtraining om drie uur en bleven trainen tot etenstijd om zes uur. Daarna huiswerk maken en om negen uur naar bed. De volgende dag hetzelfde patroon – en dat zes dagen per week met een totale wekelijkse training van tussen de 26 en 32 uur.

Nog een voorbeeld. In de basketbalarena werkten jonge atleten aan hun opdracht om, naast de toch al pittige teamtrainingen, wekelijks duizend ballen in de basket te deponeren. Een teller hield de score automatisch bij.

Het strakke regime, de professionele aanpak en begeleiding heeft inmiddels tot indrukwekkende resultaten geleid. Australië, met niet veel meer inwoners dan Nederland, scoort sinds enkele jaren uitstekend op uitstekend op Olympische spelen: in Athene 2004 behaalde het land tien gouden, tien zilveren en twaalf bronzen medailles. Tweederde van de ruim vierhonderd atleten waren afkomstig van dit instituut. Dat geldt inmiddels ook voor de complete heren en vrouwen hockeyteams en voor vrijwel alle wielrenners, die allemaal behorend tot de wereldtop op hun terrein. 

De jongste atleten verzorgen tussen de trainingen en opleidingen door zelf de rondleiding langs de vele sportvoorzieningen van het instituut. Mijn gids was een voetballer van achttien die als rechtsbuiten van het Australische jeugdelftal al verschillende tournees had gemaakt, onder andere naar Zuid-Amerika. Zijn grote voorbeeld was onverzettelijke Bret Emerton, voormalig verdediger van Feyenoord en lange tijd een vaste waarde in het nationale Australische elftal. Zoals elke jeugdspeler droomde hij van een contract in Europa - liefst in Engeland, maar Nederland stond ook hoog op zijn verlanglijstje.

Ook Evans begon zijn internationale carrière als lid van het mountain bike team van dit Australian Institute of Sport. Hij behaalde meteen al aansprekende successen: zilveren en bronzen medailles met als hoogtepunt in 1995  (junior) wereldkampioen mountain bike.

Zijn eindoverwinning in de Tour de France is het resultaat van zijn doorzettingsvermogen maar zeker ook van de bikkelharde opleiding, zowel mentaal als fysiek, van dit succesvolle instituut.

 

Australië: dubbele nationaliteit geen belemmering

Australië en Nederland lijken wel spiegelbeelden van elkaar als het onderwerp dubbele paspoorten ter sprak komt. Australië verlangde enkele decennia geleden nog dat iedereen die Australiër wilde worden, zijn oude nationaliteit moest afzweren. Inmiddels is dat beleid vanaf 1999 drastisch gewijzigd en is dual citizenship de normaalste zaak van de wereld.

De doorslaggevende argumenten daarvoor zijn: economische globalisering, snelle ontwikkeling van communicatiemiddelen en strek toegenomen persoonlijke mobiliteit. De conclusie luidt dat in een moderne, internationaal georiënteerde wereld, een dubbel paspoort steeds vaker  geaccepteerd wordt.

Op dit ogenblik heeft een kwart van de Australische bevolking (bijna vijf miljoen inwoners) een dubbele nationaliteit en, zo concludeert de overheid, zijn er nauwelijks aanwijzingen van ‘…negatieve effecten op terreinen als sociale cohesie en nationale veiligheid.’ Ook vindt er geen erosie  van het abstracte begrip nationale identiteit plaats. Vrijwel alle betrokkenen geven aan dat ze trots ze zijn op hun Australische ‘citizenship’. 

Dat mensen met een dubbele nationaliteit geen politieke functies in de Australische nationale arena mogen vervullen lijkt helder, maar is het niet. De tekst in sectie 44  van de betreffende wet wordt zelfs in overheidsdocumenten ‘archaïsch’ genoemd omdat het bijna vijf miljoen Australiërs het recht zou ontzeggen om parlementslid te worden of lid van de Federale Regering. Premier Gillard en oppositieleider Tony Abbott bijvoorbeeld zijn in Engeland geboren en op het moment van schrijven weet ik nog niet of dat automatisch inhoudt dat ze ook de Britse nationaliteit hebben.

Nederland gaat, gezien de uitspraken van de Liberale premier Rutten vandaag (‘we gaan het dubbele paspoort aanpakken’) precies de andere kant op. Nooit gedacht dat ons land Australië rechts zou passeren.

(27-10-2010)

  Julia Gillard

Julia Gillard een jaar premier: wat gaat er mis?

(19-06-2011)

Het is deze week een jaar geleden dat Julia Gillard premier van Australië werd. Niet omdat ze verkiezingen had gewonnen, maar omdat ze een geslaagde coup pleegde tegen premier Kevin Rudd. Die stond zo laag in de peilingen dat zijn eigen Labor partij Gillard steunde en haar op het schild hief. Nu een jaar later met een goed draaiende economie en een zojuist afgeleverd budget dat er mag zijn, staat Julia Gillard echter nog lager in de peilingen dat Kevin Rudd toen hij gedumpt werd. Hoe kan dat?

Wat gaat er mis? De belangrijkste punten:

1. Belasting op CO2 (Carbon Tax) als speerpunt van klimaatbeleid.

2. Asielzoekers en de diverse ‘oplossingen’.

3. Kevin Rudd.

4. Desastreuze Polls.

Ad 1. Zowel de vakbonden als de industrie, maar ook tweederde van de bevolking, gaan stevig tekeer tegen de voorgestelde belasting op CO2. Gillard was  voor de laatste verkiezingen zelf ook een fel tegenstandster: ‘no carbon tax under my governement’. Ze zei nog net niet ‘read my lips’ maar de strekking was dezelfde. Pikant detail is ook nog dat de toenmalige premier en partijgenoot Kevin Rudd, die juist wel voor die belasting was, het veld moest ruimen voor Gillard.

Door nu die belasting alsnog te introduceren heeft ze een groot probleem met haar geloofwaardigheid en moet ze bovendien voortdurend aanhoren dat ze aan de leiband van de Groenen loopt. Na maanden van politieke discussie weet nu nog niemand hoe hoog die belasting is, wie er van uitgezonderd wordt, of er compensatie voor huishoudens komt en hoe hoog die dan is en wat de gevolgen voor de prijsontwikkeling is. Wel dat er een advertentiecampagne komt van 12 miljoen – waarvan ze eerder in oppositie zei dat ze dat nooit zou doen van belastinggeld.

Ad 2 Haar Malaysian Solution is door beide kamers van het parlement afgewezen. Deze oplossing houdt in dat Australië 800 illegale vluchtelingen naar Maleisië mag sturen in ruil voor 4000 erkende geregistreerde vluchtelingen (door de UNHCR) uit dat land die Australië in een periode van vier jaar opneemt.

Er bestaat ook buiten het parlement massale weerstand tegen deze aanpak. Vandaag nog hebben duizenden demonstranten in alle steden ertegen geprotesteerd. Waarnemers noemen ook de manier waarop de regering deze oplossing aankondigde klunzig. Op 8 mei jl. zei Gillard dat er een overeenkomst was met Maleisië, maar die is er nu nog steeds niet. Eenzelfde blunder begin de premier enkele maanden geleden toen ze sprak over een Timor oplossing, zonder dat ze al met de Timorese regering daarover gesproken had. Timor heeft het voorstel om vluchtelingen daar op te vangen beleefd afgewezen.

Ad 3. Inmiddels is voormalig premier Kevin Rudd, nu haar minister van Buitenlandse zaken, niet uit de media weg te slaan. Of het nu gaat over Libië, China, overstromingen – geen onderwerp waarmee hij  niet de media opzoekt. Hij roept dan ook de verdenking op dat hij Gillard, die hem in een schimmige  paleisrevolutie  aan de kant zette, nu op zijn beurt het leven zuur maakt. Dat ontkent hij uiteraard in alle toonaarden en zegt niet uit te zijn op haar positie. Maar zijn voortdurende aanwezigheid met de media, vooral nu de verjaardag van zijn aftreden nadert, doet anders vermoeden.

Hij houdt zich ook koest over de onderwerpen die op zijn terrein liggen maar waar Gillard zich mee in de nesten werkt  zoal;s de Malaysian Solution en de totale stop van veevervoer naar Indonesië.

 

Ad 4. Dan de polls. Dit weekend hebben opiniepeilingen een absoluut dieptepunt bereikt voor Labor in het algemeen en haar premier in het bijzonder Als het gaat om de vraag wie de gewenste Labor prime minister zou zijn, wint op dit ogenblik diezelfde Rudd het met een straatlengte voorsprong van Gillard. Ook verliest zij het ruimschoots van de liberale oppositieleider Abbott. Die slaagt er steeds beter in het beeld op te roepen van een premier die incompetent is en waarvan niemand weet wat ze echt wil.

Het is in de Australische politiek wel vaker voorgekomen dat de regerende partij en haar premier laag in de polls staan - zeker in het eerste jaar van de regeringsperiode wanneer hervormingen meestal doorgezet worden. Maar Julia Gillard heft een ander probleem: de kiezers weten niet meer waar ze aan toe zijn en vragen: wil de echte Julia Gillard opstaan. Ze zal de komende maanden het tij moeten keren want over een jaar later staat de hele politiek weer in het teken van de komende verkiezingen (gepland in 2013) en dan is het te laat om het geschonden imago te repareren.

(foto AAP: David Crosling; website ABC)

 

Australische regering dolende inzake asielzoekers

Het lijkt erop dat premier Julia Gillard en haar Labor regering langzamerhand de weg helemaal kwijt is waar het de bootvluchtelingen betreft. Nadat Labor in de oppositie de Pacific Solution van de conservatieve regering Howard tot aan de grond toe afbrandde, komt ze nu als regeringspartij met oplossingen die zelfs volgens mensenrechtenadvocaten nog erger zijn. De Pacific Solution hield in dat Asielzoekers werden overgebracht naar een tweetal centra op Papua New Guinea het minuscule Pacific eilandje Nauru. Daar moesten ze onder Spartaanse omstandigheden hun asielprocedure afwachten. Als ze succes hadden kregen ze een tijdelijke verblijfsvergunning die na drie jaar opnieuw bekeken werd. Het aantal bootvluchtelingen liep drastisch terug. Labor in de regering maakte bij haar aantreden een einde aan deze  Pacific Solution.

Maar sinds dien is het aantal bootvluchtelingen drastisch gestegen en onder druk van de publieke opinie ontkwam Gillard er niet aan om ook actie te ondernemen. Hoewel het geen Pacific Solution mocht heten probeerde ze net als Howard een groot deel van de vluchtelingen buiten Australië op te vangen om daar de aanvragen te verwerken. Eerst noemde ze ongevraagd Oost-Timor als oplossing, maar dat land voelde er niet voor. Inmiddels vonden ook weer onderhandelingen plaats met Papua New Guinea en bood Naura zich weer aan. Uitkomst onbekend op dit moment.

De laatste stap tot nu toe is de ‘Maleisische Oplossing’. Australië stuurt 800 illegale vluchtelingen naar Maleisië en neemt zelf 4000 erkende vluchtelingen (volgens de UNHCR) uit dat land op in Australië.

Nu blijkt uit uitgelekte documenten in het bezit van het ABC programma Lateline dat Maleisië strenge voorwaarden stelt - voorwaarden die zowel de UNHCR (in principe voor de deal) en mensenrechtenadvocaten bijzonder verontrusten.

Allereerst wil Maleisië eenzijdig bepalen wie ze wel en niet accepteert van die 800 gegadigden. Verder wil het land dat Australië alle kosten draagt van transport, gezondheidszorg en re-locatie naar derde landen. Tot slot - en dat bezorgt mensenrechten organisaties misschien wel het meest - heeft Maleisië alle verwijzingen naar mensenrechten in het concept akkoord geschrapt. Maleisië heeft de UN Conventie voor Vluchtelingen niet ondertekend en heeft een reputatie bikkelhard met vluchtelingen te kunnen omgaan.

Gillard heeft de vele critici, ook binnen haar eigen partij, nog meer reden tot bezorgdheid gegeven met haar uitspraak dat ook onbegeleide kinderen naar Maleisië kunnen worden gestuurd. Dit om mensensmokkelaars te ontmoedigen dergelijk kinderen op hun gammele boten richting Australië te sturen.

Inmiddels hebben  een aantal Labor parlementsleden uit de deelstaat West Australië gezegd dat hun federale partijgenoten hun morele kompas aan het verliezen zijn.

Een mensenrechten advocaat die bijzonder kritisch was over de Pacific Solution zegt nu dat die verre de voorkeur verdient boven de MalaysianSolution, want over de laatste is Australië alle controle kwijt.

Achtergrond. Er zijn drie categorie immigranten die naar Australië willen. Allereerst de legale nieuwkomers. Australië stelt jaarlijks een quotum vast van mensen die van harte welkom zijn. Dat aantal varieert van twee- tot driehonderd duizend per jaar, afhankelijk van de behoefte van het moment. Daarnaast neemt het land ruim 15.000 vluchtelingen op die via de UNHCR officieel de status vluchteling hebben verworven. Tot slot de illegale bootvluchtelingen, en daar trekt de overheid, van welke signatuur ook, de streep in het zand.

Enerzijds om de criminele en zeer professionele organisaties van mensensmokkelaars de wind uit de zeilen te nemen. Anderzijds omdat de publieke opinie bijzonder gevoelig is voor deze categorie vluchtelingen. Al vanouds leeft in de Australische psyche de vrees dat hordes mensen uit Azië het dun bevolkte, maar immense en rijke Australische continent zal overstromen.

Hoewel de aantallen daar nog lang geen aanleiding toe geven, versterkt de vluchtelingestroom van vrijwel nul onder Howard, tot zo’n 10.000 onder Labor wel het gevoel dat er harde maatregelen nodig zijn. De Liberals (oppositie) vragen waarom Labor niet ruiterlijk erkent dat de Pacific Solution gewerkt heeft en moedigt hen aan weer terug te keren naar die politiek.

  Canberra swooping magpies helmets

Groesbeek meets Canberra

In de bossen rond Mook en Groesbeek vallen agressieve roofvogels wandelaars, fietsers en joggers aan.  Dit fenomeen is bij ons nieuw maar de Australische hoofdstad Canberra heeft al jaren ervaring met dat verschijnsel. Daar zijn het Magpies die in de lente voortdurend op oorlogspad zijn (Magpies zijn een soort eksters, maar met een lieflijk gezang).

Enkele jaren geleden maakte ik dat voor het eerst mee. Ik liep een beetje aan niks denkend op de campus van de Australian National University - waar ik gast was - toen ik onder een laan met bloeiende eucalyptus bomen plotseling werd aangevallen door zo’n Magpie. Als een F-16 dook hij verschillende keren stijl van boven naar beneden en probeerde me een mep met zijn klauwen te verkopen.

De eerste keer raakte hij me net, zodat ik - nauwelijks van de schrik bekomen - de tweede en derde aanval kon afslaan. Ik zette het op een lopen tot ik zijn territorium was ontvlucht. Het klapwiekende projectiel stopte zijn aanvallen, maar wachtte strijdlustig vanuit zijn boom op het volgende slachtoffer.

Inmiddels hebben de fietsende en lopende inwoners van Canberra allerlei manieren gevonden om zich te beschermen tegen deze opgewonden onverlaten. Meest populair zijn helmen waar lange draden van ongeveer 40 cm bevestigd worden en er als  antennes boven uit steken (zie foto). De fietsers lijken wel Aliens, maar lach niet te snel, want het schijnt te helpen. Anderen beschilderen hun helmen met grote vijandige ogen van roofdieren, maar onbekend is of dat enig effect sorteert.

Als de lente voorbij is en het hormonale systeem van de Magpies weer tot rust is gekomen, wordt Canberra weer veiliger. Dan zou je – als de zon tenminste niet te hard schijnt - weer blootshoofd kunnen fietsen of joggen zonder gevaar voor krassen op je schedel en je ego. 

 

De Clan van de Wilde Honing - Spirituele rijkdom van de Aborigines

Ad Borsboom; uitgave Binkey Kok Publications, Haarlem.

Nieuwe, bijgewerkte editie van een boek met de potentie van een longseller. 

(Duitse vertaling: Mythen und Spiritualitaet der Aborigines. Diederichs Gelbe Reihe, Munchen).

Cultureel-antropoloog Ad Borsboom (1944) doet al vanaf 1972 onderzoek bij de Australische Aborigines. Hij is dé Aborigines-kenner in Nederland. In 1996 verscheen bij Becht van zijn hand De clan van de Wilde Honing, dat twee drukken beleefde en later als Sirenepocket op de markt kwam. Het boek werd ook in het Duits vertaald. Thans verschijnt een nieuwe, bijgewerkte druk onder het imprint Binkey Kok. In het nieuw toegevoegde hoofdstuk gaat Borsboom in op de actuele ontwikkelingen in Aboriginal Australië, zoals het ontstaan van een krachtig Aboriginal zelfbewustzijn en de betekenis van landrechten voor de huidige en toekomstige generaties Aborigines. Ook is een katern kleurenfoto's toegevoegd.

(Emeritus) Prof. dr. Ad Borsboom is verbonden aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Hij is regelmatig te gast in radio- en tv-programma's en geeft lezingen en seminars in Nederland en België.

Recensie(s)

'Het romantische beeld van de ''edele wilde'' wordt door antropoloog Borsboom rechtgetrokken.' - Trouw

'Fascinerend', Intermediair

'Borsboom prikkelt de fantasie. Hij nodigt de lezer uit tot culturele verbeelding: zichzelf te zien in het denken en handelen van anderen. Het is een verbeelding die wijd en zijd ontbreekt in onze multiculturele maatschappij.' - Volkskrant

'Tweemaal trok Borsboom, antropoloog en hoogleraar Culturele Antropologie in Nijmegen, naar Arnhemland, Australie. Hij leefde er intensief samen met de Aborigines van de Wilde Honing clan en werd er, voor zover toegestaan voor een buitenstaander, ingewijd in hun mythologie, rituelen en spiritualiteit. Vanuit deze persoonlijke ervaringen schreef hij dit populair wetenschappelijke boek dat naast veel betrouwbare informatie en analyses ook komische anekdotes bevat. De eerste twee hoofdstukken leiden in over de geschiedenis van de Aborigines, zowel voor als na de komst van de Engelsen. De drie volgende hoofdstukken gaan specifiek over de mythologie van deze clan en haar verschillende functies en betekenislagen. Hoewel ons begrip en taalgebruik op het gebied van spiritualiteit te ontoereikend is om de Aboriginalcultuur ten volle te begrijpen, is dit de beste Nederlandstalige poging daartoe. Enkele kleine, zuiver informatieve zwart-wittekeningetjes tonen details i.v.m. rituelen; verder is er een katern (8 p.) kleurenfoto's. Er wordt afgesloten met een literatuurlijst per hoofdstuk. Volle bladspiegel, krappe marge.'

(NBD|Biblion recensie, zie ook Bol.com)


 

Kerstman Down Under

Australie en Kerstmis. Het blijft een vreemde combinatie. Ik loop in de tropische hitte van Canberra in korte broek, T shirt en op slippers. De hete wind uit de woestijn voelt als een fohn van de kapper in de hoogste warmtestand.
Bij het winkelcentrum in de buurt zie ik een grote versierde kerstboom en hoor Let it snow, let it snow, let it snow,  gevolgd door I am dreaming of a white Christmas.
In het winkelcentrum zit de Kerstman op een troon onder een baldakijn van diep rode stof. Hij draagt ook in de Australische zomer een dik wollen pak en een dito dikke muts tot over zijn oren. Een indrukwekkende baard bedekt vrijwel zijn gehele gezicht.

Hij moet om de vijf minuten een andere kleuter op zijn schoot in bedwang zien te houden, anders mislukt de foto waar mamma of pappa toch echt voor gekomen zijn.
Bij het zien van dit alles begin ik plaatsvervangend te zweten. Is er geen ARBO voor Kertsmannen?
Sloom loop ik weer naar huis. Terwijl Nederland slaapt luister ik op de veranda via internet naar de jongste aflevering van Met het Oog op Morgen. Gute Nacht Leute. Buiten is het veertig graden. Binnen zit de Kerstman.

 

Uluru (Ayers Rock): Klimmen of Taboe

Enkele honderden Aborigines hebben aan de voet van Uluru het feit herdacht dat dit markante stuk Australië aan hen teruggegeven werd. Die teruggave in 1985 was niet alleen een symbolisch belangrijk moment voor de traditionele eigenaren, de Anangu, maar voor alle inheemse Australiërs.Het was een stap vooruit in de lange politieke strijd om landrechten, die Aborigines al sinds begin jaren 70 van de vorige eeuw voeren. Over een grote klacht van de traditionele eigenaren, dat toeristen de rots voortdurend beklimmen, heb ik eerder onderstaande Blog geschreven:

Uluru: Klimmen of Taboe

Hoe zou de Islamitische wereld reageren als westerse toeristen het recht claimeden om de heilige steen in Mekka te mogen beklimmen? Hoe zou de katholieke kerk reageren als we de St. Pieter zouden gebruiken om 'ab te seilen’?  Heiligschennis!

Vanuit Aboriginal perspectief is dat precies wat er gebeurt wanneer talloze toeristen Uluru (voorheen Ayers Rock) in Centraal Australië willen beklimmen als onderdeel van hun toeristisch uitje: ontheiliging van sacrale plaatsen. Aborigines in heel Australië, en dus ook de eigenaren van Uluru, beschouwen bijzondere kenmerken in het landschap als sacrale  plekken waar de vitale krachten van de scheppende wezen nog volop aanwezig zijn.  Uluru is zo’n plek bij uitstek. Men mag uiteraard vanuit onze geseculiseerde visie die legitimatie onzin vinden, maar daar gaat het niet om. Het is nu eenmaal een feit dat  men religieuze - trouwens ook nationale monumenten als het Statue of Liberty en de Arc de Triomphe - letterlijk en figuurlijk niet met voeten hoort te betreden. 

In Australië woedt nu al enkele dagen een felle discussie rond de vraag of Uluru wel of niet beklommen mag worden door toeristen. Ook de Volkskrant meldde dit (13-07) in een overzichtelijk artikel van correspondent Marc van den Broek. Het thema lijkt op het eerste oog een futiliteit en perfect passend in de Europese komkommertijd. Maar het gaat in wezen om de vraag: wie heeft het in bepaalde gebieden van Australië nu voor het zeggen de Aborigines of alle andere Australiërs.

In het kort de feiten: Australië werd ruim 200 jaar geleden terra nullius verklaard, dat wil zeggen dat de Europeanen Australië als leeg land mochten beschouwen en het daarom in bezit konden nemen. Dat recht gold niet alleen voor alle ‘leeg land’ dat de Europeanen tegenkwamen, maar ook voor gebeiden - zoals Australië - waar weliswaar mensen woonden, maar die deden niks met dat land. Dat was ook terra nullius. Twee eeuwen later  vochten Aborigines dit principe aan tot bij de Hoge Raad toe en die gaf hen gelijk: Australië was geen terra nullius ten tijde van de Europese ontdekking, de oorspronkelijke bewoners kenden wel degelijk systemen van landrechten en gebruikten het land op economische wijze.

Onder de talloze landclaims die volgden was ook die van de Aborigines rond Ayers Rock. Ze wonnen die claim en kregen zeggenschap over de rots en het omliggende gebied. Maar omdat het al lang een toeristische bestemming was, die ook voor Aborigines economisch interessant kon zijn, gaven ze het gebied als ‘lease’ voor een lange periode terug aan de overheid. Ayers Rock werd Uluru en er leek een werkbaar compromis gevonden te zijn tussen Aboriginal en andere belangen.

So far so good. Toen echter toeristen niet alleen geinteresseerd bleken in de steeds veranderende kleuren die de rots laat zien bij zonsondergang – en die vanaf een veilige afstand te bewonderen zijn - maar de rots ook wilden beklimmen, begonnen de problemen. Hoewel dat Aborigines tegen de borst stuitte, tolereerden ze het halfslachtig, vooral onder druk van de toeristenindustrie en overheidsinstanties.

Nu ligt er echter een rapport wat daar een einde aan wil maken - vooral op basis van bovenstaande religieuze argumenten. Bovendien zijn er naast deze  - in feite  - cultureel gevoelige argumenten ook nog ecologische motieven: de duizenden toeristen die de 346 meter hoge rots jaarlijks beklimmen (overigens 35 doden tot nu toe) dragen bij aan erosie en aan het verstoren van een fragiele ecologie. Er zijn bijvoorbeeld geen toiletten of andere voorzieningen, terwijl die tijdens de negen uur durende klim echt wel nodig zijn. Er zullen dus genoeg mensen zijn die er hun behoeften moeten doen en dat op die voor Aborigines bijzondere sacrale plek. Een wel heel pijnlijke combinatie van ecologisch en religieus vandalisme.

Als cultureel antropoloog behoor ik tot degen die adviseren: niet doen!  Tegenargumenten zijn dat een groepje Aborigines niet het recht van alle Australiërs en buitenlanders mag aantasten om te klimmen - en dat de rots van iedereen is. De rots is zelfs een Australisch nationaal symbool geworden in deze  discussie. Maar in feite gaat het om de vraag: van wie is dat stukje Australië en met welke culturele gevoeligheden houden we wel of geen rekening. Hanteren we hier ten opzichte van de machtelozen (Aborigines) andere regels dan voor machtige groepen (moslims, r.k. kerk, nationale overheden) bij wie we het niet in ons hoofd zouden halen dezelfde rechten te claimen.

 

Waar blijft de tijd?

Onze dochter en haar man wonen in Australië; in Canberra om precies te zijn. Als alternatief voor onze fysieke aanwezigheid daar bellen we en skypen we zeer regelmatig vanuit Nederland. Dat loopt gesmeerd. Leve internet!

Maar een steeds terugkerend probleem is  het tijdsverschil.

Waar wij in Nederland twee keer per jaar op een vast tijdstip de klok een uur voor- of achteruit zetten, is dat in Australië een slag ingewikkelder.

Op de eerste plaats bestaan er binnen Australië zo wie zo verschillende tijdszones, met een verschil van anderhalf uur tussen de oost- en westkust. Vervolgens doen sommige staten wel aan winter- en zomertijd en anderen niet. Tot slot kiezen de staten die aan zomertijd doen een andere datum dan wij in Nederland.

Dit weekend is bijvoorbeeld de klok in sommige staten, waaronder New South Wales en de Australian Capital Territory, waar Canberra onder valt, een uur vooruit geschoven. 

Het verschil met dochter en schoonzoon is dus nu 9 uur.  Maar over een paar weken, als wij de klok een uur terug zetten, bedraagt het tijdsverschil maar liefst 10 uur. Mocht ik echter een vriend in Darwin bellen, dan moet ik niet alleen rekening houden met een andere tijdzone (volgens het Greenwich model), maar ook met het feit dat ze daar niet aan ‘Summer Saving ’ doen. 

Het blijft dus opletten geblazen met bellen en skypen richting Down Under.  Als ik me dan bij grote uitzondering nog een keer vergis en aan de andere kant van de lijn hoor: ‘maar pap! Het is twee uur in de nacht en ik moet morgen echt vroeg op…’ dan weet ik in elk geval dan wel hoe laat het is.

(2-9-2010; 20.45 uur Nederlandse tijd, 04.45 maandagochtend Canberra)

Ik zag zojuist op de website van NOS correspondent in Sydney Robert Portier een even fraai als informatief artikel over dit probleem:

http://weblogs.nos.nl/sydney/2010/10/02/hoe-laat-kan-ik-je-bellen/

 

(Ongevraagde) brief aan Charles Darwin

De Volkskrant had in 2009 een rubriek Brieven aan darwin. Ik heb ongevraagd ook een bijdrage geleverd:

 

Geachte heer Darwin,

 U behoort tot de zeldzame genieën die met hun inzichten de kijk op de wereld volledig hebben veranderd. Daarom dit zo welverdiende Jaar.  Toch ben ik bang dat ik uw en ons feestje ga voorzien van een kanttekening die de euforie enigszins zou kunnen dempen. Want naast het meesterlijke Origin of Species hebt u nog een omvangrijk werk geschreven: The Decent of Man. Daarin trekt u de lijn van een evolutionaire ontwikkeling in de biologie door naar de menselijke samenlevingen. Welnu, dit heeft tot rampzalige gevolgen geleid - gevolgen die u weliswaar niet kon voorzien en waarschijnlijk ook niet bedoelde - maar die zich in uw naam niettemin hebben voorgedaan.

U beschrijft de vroege menselijke samenlevingen in termen als ‘savages’ en ‘barbarians’ en poneert vervolgens dat nog een aantal van uw eigentijdse  samenlevingen, zoals Australische Aborigines en Indianen, nog tot dit mensentype behoren. Op basis van dit uitgangspunt zijn in de beginperiode van de sociale wetenschappen evolutionaire schema’s opgesteld die op de gehele mensheid zijn losgelaten: op het meest primitieve niveau stonden jagers/verzamelaars (uw ‘savages’), een stapje hoger kwamen tuinbouwers, vervolgens veetelers en landbouwers en tot slot, aan de top van de evolutionaire ontwikkeling (...and the winner is:) onze eigen samenleving.

Wat was nu volgens uw aanhangers de evolutionaire consequentie van dit alles? Wel, dat waar hogere ‘rassen’ in aanraking komen met lagere, deze laatste als gevolg van de evolutionaire processen altijd het onderspit zullen delven. In uw eigen woorden: ‘waar geciviliseerde naties in aanraking komen met barbaarse samenlevingen is de strijd kort en voorspelbaar’. In deze sociale variant van het evolutionisme, dat gelijke tred hield met het begin van de westerse expansie en ontdekkingsdrift, was de ondergang van die inheemse samenlevingen  dus niet alleen voorzien maar vooral ook onvermijdelijk.

Echter de vaste overtuiging dat inheemse volken gedoemd waren snel te verdwijnen werd grotendeels werkelijkheid (en bespoedigd) door het actieve, gewelddadige ingrijpen van hen die beweerden dat dit een natuurlijk proces was. Het was voor ons Europeanen in het modieuze jargon van nu een win-win situatie: we konden in werelddelen als Amerika en Australië onze gang gaan en tegelijkertijd de handen in onschuld wassen omdat het verdwijnen van deze primitieven immers een onvermijdelijke proces was, een evolutionistische natuurwet.

Zoals u inmiddels ongetwijfeld weet behoren de inheemse bewoners van beide continenten bij uitstek tot bevolkingsgroepen die slachtoffer geworden zijn van fysieke en culturele genocide - een proces dat zich soms binnen een of twee generaties voltrok. De overgebleven populaties beschouwden we lange tijd – en dat doen sommigen nog – ‘stand-ins’ voor Stenen Tijdperk mensen.

Het zou onterecht zijn u al deze consequenties in de schoenen te schuiven. Ook uw Descent of Man getuigt van een grote eruditie en wie door de terminologie van die tijd heenkijkt (‘barbaren, savages’- woorden die toen een andere etymologische betekenis hadden) ontwaart ook ideeën die in uw tijd baanbrekend waren. Bijvoorbeeld uw opvatting over de eenheid van de menselijke soort  -  die haaks stond op gangbare opvattingen dat de mensheid bestond uit onverenigbare biologische ‘rassen’. Maar het boek vormde in combinatie met The Origin of Species helaas een inspiratiebron voor wat later het Sociale Darwinisme werd genoemd. Daardoor staat uw naam bij de slachtoffers van dit proces nog steeds  synoniem voor genocide, onderdrukking, misplaatste superioriteit en discriminatie.

Sorry voor deze brief, maar ik weet zeker dat u, met uw anderszins geniale inzichten, dit inmiddels vanaf uw hoge wolk zelf ook al geconstateerd hebt.

Voor de rest niet dan lof,

 Hoogachtend,

 Ad Borsboom,

Cultureel antropoloog

 

 

Wereldwaterdagen

 

Wereldwaterdag, WHO rapport, Pacific Islands

Hoewel de Pacific wat betreft belangstelling nog het meest op de achterkant van de maan lijkt, wil ik als geïnteresseerde in het gebied (hoogleraar Pacific Studies) een paar harde feiten vermelden over dit onderwerp. De World Health Organisation stelt dat veilig drinkwater nog steeds een van de grootste problemen is in het gebied. De eilandstaten Fiji en Samoa kregen recentelijk te maken met ernstige uitbraken van tyfus, terwijl Papua New Guinea zich op dit moment midden in een cholera epidemie bevindt. In 2008 meldde dezelfde organisatie dat van de bijna 7 miljoen Pacific eiland bewoners er 2800 jaarlijks sterven aan acute diaree – waarvan kinderen onder de vijf jaar het ongewild leeuwendeel voor hun rekening nemen. Een trieste balans voor landen en eilanden die bij ons vooral beelden oproepen van romantische zonsondergangen, fraaie stranden en heupwiegende vrouwen in grasrokjes met bloemenkransen om hun galante schouders. Tijd om wakker te worden uit Dromenland.

 

 

Geven we Aborigines eindelijk hun voorouders terug?

Vandaag heeft het Leids Medisch Universitair Centrum (LUMC) de resten van voorouders van de Australische Aborigines teruggeven aan twee Aboriginal vertegenwoordigers uit het noorden van de staat Nieuw Zuid Wales – waar een deel van de menselijke resten oorspronkelijk vandaan komen. De beenderen zullen in Australië op traditionele wijze herbegraven worden zodat de zielen van de overleden in de geloofsopvatting van de Aborigines dan pas rust zullen vinden.

Het LUMC heeft daarmee gehoor gegeven aan het formele verzoek van Aboriginal gemeenschappen en de Australische overheid om de vijf sets Aboriginal stoffelijke resten af te staan. De Australische overheid kent sinds 2006 een officiële Aboriginal Heritage Act om Aboriginal claims te steunen en westerse overheden te overtuigen van de noodzaak de menselijke resten te repatriëren. Precieze aantal zijn niet bekend maar het moet om duizenden skeletten of delen daarvan gaan.

In de 19e en eerste helft van de 20ste eeuw werden namelijk met grote regelmaat Aboriginal skeletten opgegraven voor zgn. wetenschappelijk onderzoek - met name om aan de hand van beenderen en schedels evolutionaire processen vast te stellen. Het feit dat Aborigines helemaal onderaan de menselijke ladder waren geplaatst maakte hen bijzonder interessant als onderzoeksobject. Sommige onderzoekers hoopten zo de 'missing link' te vinden, anderen trokken uit schedelmetingen vergaande conclusies over het vermeende lage intellectuele en morele besef van Aborigines.

Hoe de beenderen in de diverse Europese musea en medische centra zijn terechtgekomen is nu meestal niet meer te achterhalen. Maar dat Aboriginal lichamen in naam van de wetenschap werden opgegraven en verhandeld tegen de uitdrukkelijke wens van de toen monddode Aborigines staat buiten kijf. Ook zijn Aboriginal stoffelijke resten, soms zelf nog tot medio 20ste eeuw, weggehaald uit ziekenhuizen, gestichten en gevangenissen. Om de illegale handel te verdoezelen werden soms de beenderen omschreven als ‘kangaroo bones’ om ze onder die valse noemer te kunnen exporteren naar vooral Groot Brittannië, maar ook naar Frankrijk, Duitsland en – zij het minder massaal- naar Nederland.

Het meest schrijnende voorbeeld van die jacht op beenderen is nog terug te vinden in een bericht in de Sydney Morning Herald van 31 januari, 1955:

 

It is actually on record in the history of Mackay, Queensland, that one overseas collector made a request to the trooper that he shoot a native boy to furnish a complete exhibit of an Australian aboriginal skeleton, skin and skul.

 

Aborigines struinen nu westerse instellingen af om na te gaan waar stoffelijke resten bewaard worden om ze vervolgens terug te eisen en in Australië eervol te her-begraven. Deze acties gebeuren vanuit hun religieus besef (de ziel vindt pas rust wanneer de beenderen terug zijn in de sacrale aarde van de clan), maar hebben ze ook een duidelijk politiek/strategisch motief: rechtzetten wat in naam van onze evolutionistische en racistische opvattingen geschonden is en duidelijk maken dat dit onacceptabele praktijken waren. Een Aboriginal advocaat verwoordt de gevoelens als volgt:

 

The damage to the Aboriginal community of having remains [overseas] is astronomical. The spirits of our dead are disturbed by being separated from their bodies. The remains are as important to us as land rights. It's a much more volatile issue, closer to the heart than even getting our land back.

 

Het Leids Medisch centrum heft gelukkig adequaat gereageerd, maar het steekt Aborigines dat ze nu al meer dan dertig jaar bezig zijn de stoffelijke resten van hun zeer recente voorouders overal uit Europa terug te krijgen. Verbitterd vragen ze zich af of het ook zo moeizaam zou gaan als het ging om stoffelijke resten van westerlingen. Een bewust gekozen retorische vraag die als een boemerang dreigend op onze hoofden terug keert.

 

Sinds wanneer is God eigenlijk in Australie?

De Uniting Church in Australië heeft in een officieel document uitgesproken dat niet zij God aan de inheemse bevolking, de Aborigines, heeft geopenbaard, maar dat God al millennia daarvoor in Australië aanwezig was, namelijk in de religie van deze oorspronkelijke bevolking. Met deze opmerkelijke verklaring wil dit kerkgenootschap een streep zetten onder de moeizame relatie die ze bijna twee eeuwen met de inheemse bevolking heeft gehad. Die relatie werd gekenmerkt door paternalisme en superioriteit van de kant van christelijke kerken naar de Aborigines toe. Lange tijd beschouwden deze en andere kerken de cultuur en religie van Aborigines als werk van de duivel.

Met de huidige  verklaring neemt dit kerkgenootschap nu afscheid van haar aanvankelijke opvatting dat het westers christendom de waarheid exclusief in pacht heeft. Ze wil daarentegen een echte Uniting Church zijn waar ook theologen van Aboriginal afkomst zich volwaardig thuis kunnen voelen.

(bronnen: ABC News, Uniting Church of Australia, The Brisbane Times)

 

Achtergrond: de Uniting Church in Australië bestaat sinds 1977 als een unie van drie kerkgenootschappen: the Congregational Union of Australia, the Methodist Church of Australasia and the Presbyterian Church of Australia.

De kerk kent inmiddels een Aboriginal tak waar zo’n 15000 Aborigines bij betrokken zijn: de Uniting Aboriginal and Islander Christian Congress.

 

Persoonlijk commentaar: de waardering voor christelijke missie en zending onder Aborigines laat langzaam een verschuiving zien van harde veroordeling (‘waar halen westerlingen het recht vandaan om hun religie op te dringen’) tot voorzichtige waardering, ook van de kant van Aborigines. Dit als reactie op de snelle sociale ineenstorting van traditionele systemen in vooral Cape York en de woestijngebieden van Centraal Australië.

De redenering is, kort samengevat:  ‘in mission-times heerste er tenminste regelmaat en orde; werden tribale vendetta’s bestreden en vonden jonge vrouwen die tegen gedwongen huwelijken waren een veilig toevluchtsoord’.

Vanaf de jaren zeventig van de vorige eeuw hebben zowel de katholieke als protestantse kerken een ware metamorfose ondergaan in hun relatie met Aborigines. De totale afkeer van Aboriginal religie en levenswijze veranderde in respect, met name voor de intense beleving van Aborigines met hun spirituele wereld. Ook onderschreven de kerken de sociale agenda van Aborigines, zoals strijd om landrechten, officiele verontschuldiging voor aangedaan onrecht en steun voor de zogenaamde Stolen Generation. 

In het begin van zeventiger jaren, toen ik voor het eerst onderzoek deed in Aboriginal communities in Arnhem Land (Noord Australië) waren Bijbelse verhalen over koningen en profeten, en symbolen als de duif, mosterdzaadjes, brood en wijn – om er maar een paar te noemen – volstrekt abracadabra voor de inheemse bevolking. Toen er daarna tegen alle verwachtingen in toch Aborigines interesse kregen in de christelijke wereldbeschouwing – voor velen was het christendom een brug naar de westerse wereld waar ze deel van uit gingen maken - voelden ze zich in het bijzonder aangesproken door verhalen van Abraham, Mozes en Jezus. De heilige plaatsen die door hun daden ontstonden vergeleken ze met hun eigen mythologische voorouders die al reizend ook sacrale plaatsen creëerden. Ook deden sommigen hun best een synthese tussen beide religies tot stand te brengen. Op paasochtend was ik een keer aanwezig bij een Aboriginal ceremonie waarbij de opgaande zon (een bij uitstek Aboriginal symbool) werd gekoppeld aan de verrijzenis van Christus. De Aboriginal conclusie was kortom: het christendom lag al besloten in onze Dreamtime (scheppingstijd) – en eigenlijk waren wij eerder.

De strekking van het besluit van de Uniting Church is in feite de bevestiging van die Aboriginal filosofie.

 

Algemeen: Hoewel Australië en het Pacific gebied bij uitstek vallen onder de ‘ver van ons bed show ' wil ik voor een beperkte groep belangstellenden met enige regelmaat een update van nieuws en achtergronden presenteren - zowel vanuit Nederland als vanuit Australië.

  • Sitemap
  • Bezoekers vandaag: 16
  • Bezoekers totaal: 7224
  • Laatste wijziging: 18-05-2012